Naar hoofdinhoud

Het verhaal van Coby

13 maart 2019

‘Van kleine dingen worden mensen hier vaak intens gelukkig’

De zorg voor een ernstig zieke vriendin leidde er negen jaar geleden toe dat Coby Droogendijk (55) uit Rhenen zich aanmeldde als vrijwilliger bij Hospice De Wingerd in Amerongen. Sindsdien helpt Coby elke week een ochtend bij de verzorging van cliënten. Een taak die haar op het lijf geschreven is.

Op het sterfbed van haar vriendin kreeg Coby nog een briefje in haar handen gedrukt. ‘Ze schreef dat ik meer talenten heb dan ik dacht. Het raakte me. Achteraf denk ik: wat mooi dat ik in het hospice ontdekt heb hoe goed deze zorg mij ligt. Ik was ooit begonnen met werken in de zorg, maar werd al snel fulltime moeder en miste het werk niet. Maar inmiddels heb ik nog een opleiding gedaan en werk ik nu ook als helpende in de flexpool van Charim.’

‘Het is hier goed’
In Hospice De Wingerd helpt Coby elke vrijdagochtend met het wassen en aankleden van cliënten, verzorgt ze het ontbijt en maakt ze kamers schoon. Tussendoor is er tijd voor persoonlijke aandacht voor cliënten en hun familie. ‘Het is heel bijzonder hoe snel je hier een band opbouwt met mensen. Zoals met meneer Kleinveld. Hij maakt vaak een wandelingetje in de gang en zit graag in de huiskamer. Dan schuif ik weleens aan en praten we over het leven.’ ‘Ja, dat is heel fijn’, zegt meneer Kleinveld zacht terwijl hij een glaasje water drinkt. ‘Het is hier gewoon goed.’

Liefde van God doorgeven
Coby vindt het mooi samengevat. ‘Een collega zei ooit eens: Wij hebben hier geen klok, maar de tijd. Dat vond ik heel treffend. Ik vind het eervol dat ik iets mag betekenen voor mensen in het meest kwetsbare stukje van het leven. Mijn grootste drijfveer is de liefde van God door te geven. Aandacht en zorg geven wanneer iemand dat nodig heeft. Van kleine dingen worden mensen hier vaak intens gelukkig. Een ijsje met slagroom bijvoorbeeld. Op dat soort momenten realiseer ik me dat ik een gezegend mens ben en hoe relatief allerlei dagelijkse beslommeringen zijn.’

 Bron: magazine Voor elkaar, met Charim, februari 2019
Tekst en beeld: Ivo Hutten